Home   >   Collectie   >   Geert Jan Jansen

Geert Jan Jansen (1944), vervalser van 'ik zeg niet hoeveel' kunstwerken, is eigenlijk tegen frauderen. Of je moet het goed doen, op een niveau dat de meester zelf het onechte werk goedkeurt. Het gebeurde meermalen met een Appel van zijn hand. Enkele fragmenten uit het boek 'Magenta. Avonturen van een meestervervalser': 'Dus als je met Pasen een kruisje op het voorhoofd hebt, krijg je een nieuwe fiets van meneer pastoor? Wanneer het houtskool was zou het niet zo moeilijk zijn. Eén verticaal streepje en één horizontaal. 'Het was mijn eerste vervalsing, een askruisje', zegt Jansen, van huis uit on- en zelfs anti-godsdienstig. Ik word in voorlopige hechtenis genomen, verdacht van het verkopen van schilderijen waarvan de echtheid wordt betwijfeld. Iedereen noemt me Jan van Gogh. 'Vergeleken met de anderen werd ik in het Franse huis van bewaring heel bevoorrecht behandeld. De directie vroeg me meteen om een paar Picasso's te maken. De rechtszaak ging niet door, omdat er zich geen slachtoffers meldden. Ze zeiden lachend: je hebt zeker alleen tevreden klanten gehad.' 'De wereld is rond. Wanneer je alsmaar verder de verkeerde kant opgaat, kom je toch weer goed uit. 'Hij aarzelt het een leefregel te noemen. 'Ik ben er natuurlijk niet voor om met een wapen te gaan lopen zwaaien. Mijn gevaarlijkste wapen was de puntenslijper. Maar een wet is niet van bovenaf gegeven. Mensen moeten snappen dat er soms situaties zijn, waarin het niet goed is haar toe te passen.' Begin er niet aan, geeft de meestervervalser op een terras aan een Amsterdamse gracht als tip. Niet dat hij de moralist wil uithangen. 'Ik heb met plezier werk zoals ik het noem bijgeproduceerd. Maar je bouwt er geen oeuvre mee op. De schilderijen gaan de deur uit en je moet hopen dat je ze niet meer terugziet. Gebeurt dit wel, dan is er meestal een probleem. Vooral als je het werk op het politiebureau terugziet. Dat is bij mij een paar keer gebeurd.' De eerste keer: het leek of alle ogen op hem gericht waren. Tijdens een inboedelveiling van De Zon bracht Jansen een portret in. Geschilderd op oud papier, gedateerd 1951 en gesigneerd K. Appel. 'Ik begon uit bozigheid met Appel, ik had toen weinig respect voor hem.' Het werk werd afgeslagen op 2600 gulden. De koper bleek de architect Aldo van Eyck. 'Buiten hoorde ik hem tegen een kunsthandelaar zeggen, dat hij het schilderij ooit zelf op het atelier van Appel had zien staan. Ik dacht: als het zo makkelijk gaat.' Het was een noodsprong. 'Het plezier zat hem niet in het bedriegen. Ik ben ook tegen vervalsen, of het moet goed gedaan zijn. Bij mij kwam het door geldgebrek. Toen ik een galerie had, waren deurwaarders en lichtafsluiters mijn beste klanten. Ik wilde niet uit de winkel gezet worden.' Als student kunstgeschiedenis ontdekte Jansen, dat er vaak een luchtje zit aan 'echte' schilderijen. 'Terwijl ik kon verdedigen dat een bepaalde aankoop een goede belegging was, zag ik allerlei oneerlijke onzin om me heen.' Zijn tekentalent deed de rest. 'Heel veel', schat Jansen het aantal kunstwerken, dat hij met een andere naam signeerde. 'Zolang er een procedure tegen me loopt, kan ik niet zeggen hoeveel.' 'Ik heb het hele alfabet aan kunstenaars van de vorige eeuw afgewerkt: Appel, Chagall, De Kooning, Matisse. De sport was een kunstenaar onder de knie te krijgen. Lastig waren vooral die kunstenaars, van wie Jan met de Pet zegt: Dat kan mijn zoontje van vijf ook. Miro: dat is een paar strepen en een bal, drie minuten werk. Appel, ik ben hem gaan bewonderen: Je smijt wat potten verf tegen het doek en smeert het door elkaar. Vergeet het maar, het wordt bruine poep. Het was elke keer weer een jacht op een nieuw probleem.' 'De kick kwam vooral van het toverstafeffect: Zet je de juiste signatuur van een bekende kunstenaar op de juiste plek, dan gaan opeens alle deuren open. Dat vond ik fenomenaal. Het avontuur om die kwaliteit en dat niveau te bereiken. Het misleiden van experts in Parijs en Londen. De verkoop van het werk. Het gekke was dat ik zelf vond dat ik een echte Picasso maakte. Ik wist wel dat het bij de wet verboden was. Maar als er nu in catalogi bij mijn werk staat: goedgekeurd door de kunstenaar...' 'Een groot percentage kunst is onecht. Het hypocriete van de kunsthandel is, dat niet ??n handelaar dit toegeeft. Er wordt heel veel aan elkaar doorverkocht. Een schilderij krijgt zo een herkomst: hoe vaker verkocht, hoe echter. Er is niemand die zegt: het is vals maar het verkoopt toch wel. Ze hebben het over werk van eerste, tweede en derde kwaliteit. Vergist een handelaar zich, dan zet hij het een paar jaar weg of brengt het ergens anders in op een veiling. Niemand doet iets in de prullenbak. Experts spelen het spel mee, vooral in Frankrijk waar ze een percentage van de koopsom krijgen. Ze kijken alleen of er geen gedonder komt van de verkoop.' Galeriehouders liegen ook over het aantal exemplaren, dat van een litho of zeefdruk is gemaakt. 'Dat is pure geldmakerij. Terwijl grafiek juist tot doel heeft kunst voor mensen met weinig geld betaalbaar te maken, drijf je de prijs op door in een beperkte oplage te drukken. Wie is nu de echte boef?' Jansen vermenigvuldigde werk van Appel en Cobra bij honderden tegelijk. 'Kochten mensen maar een schilderij, omdat ze het mooi vinden. Maar ze willen er een met een belangrijk signatuur. Geweldig een Andy Warhol aan de muur. Daar begint de ellende, want er zijn er altijd te weinig van.' Hoelang zal dit door kunnen gaan? 'Je kunt de situatie vergelijken met de relikwie‘nhandel in de Middeleeuwen. Van de splinters van het kruis waaraan Jezus hing, kon je een hele vloot bouwen. Totdat men begon te ontdekken, dat het allemaal gebakken lucht was. Zoiets verwacht ik ook in de kunsthandel.' Jansen kreeg de vaste behandeling van een klokkenluider. Zijn boek ('een probleem was dat de realiteit de fictie passeert') gaf geen aanleiding schoon schip te maken in de kunsthandel, maar werd de grond ingestampt. De verklapper verbrak een erecode en wordt niet meer geaccepteerd in de kunsthandel. 'Ze zijn bang voor me. Als ik door de Spiegelstraat loop, gaan de rolluiken naar beneden. Alleen al dat ik de winkel binnenstap, mag de buurman niet zien.' Met bijproduceren is Jansen gestopt. 'Ik heb het vijfentwintig jaar gedaan en wil wat anders in mijn leven.' Al kriebelt het af en toe nog wel. 'Het is moeilijk om iets waar je goed in bent niet meer te doen. Ik zit in mijn afkickperiode.' Daarmee ben je een imago van vervalser nog niet kwijt. 'Ik had een schilderij van een Utrechtse kunstenaar en wist zeker dat het echt was. Alleen was het met potlood gesigneerd. De tijd was echter voorbij, dat ik het er beter op zette. Het werk stond exact zo in een boek afgedrukt. Het duurde even, maar toen ze bij Christie's doorhadden dat ik de inbrenger was, wilden ze het niet hebben. Dat ze van mij zenuwachtig worden en alles drie keer controleren, okee. Maar doe wel deskundig onderzoek.' Schilderen doet Jansen nu onder eigen naam, maar hij overweegt bij veel tegenwerking een pseudoniem. Aan allerlei 'onzinnigheden' om door te breken begint hij niet. 'Het helpt wel, je benen eraf laten ploffen of van het Hilton afspringen. Maar ik vind dat ik al genoeg bokkensprongen hebt gemaakt.'

Kunstwerken van Geert Jan Jansen

1
€ 1.100,-
Desert tree 01
€ 450,-
Desert tree 02
€ 450,-
Desert tree 03
€ 450,-
Flowers
€ 1.100,-
In de stijl van
€ 2.300,-
Marilyn monroe, licht grijs
€ 1.100,-
Vaas
€ 1.100,-